Thuis.

Ik heb daar iets achter gelaten. Als ik er weer ben hoef ik het alleen maar op te pakken”.

Sander zit tegenover me. Hij is een bijzondere jongeman met een fysieke beperking. Hij is spastisch , en kan één helft van zijn lichaam niet of moeilijk bewegen. Hij stottert, en best heftig. De afgelopen tijd heb ik al een mooi pad met hem bewandeld. Naast het stotteren, heb ik hem mogen begeleiden in zijn HSP-zijn. Dit was nieuw voor hem, want hij had in eerste instantie nog nooit hierover gehoord. Nu is hij zover, dat hij weet én voelt hoe het is om hoog sensitief te zijn. En vooral, hoe dit zich bij hem uit, wat zijn uitdagingen zijn, en op welke manier hij zichzelf kan en mag begrenzen.

Sander houdt van Deventer. Beter nog, een klein plaatsje daar dichtbij. Hier wonen kennissen van hem en zijn ouders. Een paar keer per jaar gaan ze ernaartoe. Een paar dagen of langer. Als Sander erover verteld, lichten zijn ogen op. Ik voel hoe deze plek voor hem voelt. Hij komt er tot rust. Hij geniet van de natuur, de ruimte om hem en in hem. Als hij daar is, stottert hij bijna niet. Ook niet op het moment als hij hierover praat. Het praten gaat dan als vanzelf. Hij vindt dat bijzonder. Ik niet. Ik begrijp hoe en waarom dit gebeurd.

Hij kan het zo mooi beschrijven. Hij heeft op die plek iets achter gelaten, en als hij er is, hoeft hij het zomaar weer op te pakken. “Ik kan me niet eens herinneren of ik echt daar iets in de grond heb gestopt, of dit gedroomd heb”, zegt hij. Het maakt hem ook niet uit, hij heeft het antwoord niet nodig. Hij vraagt of ik dit gevoel herken. Als geen ander.

Ook ik heb deze plekjes waar het voelt als thuis-komen. Ik zeg altijd “geef mij m’n wandelschoenen en ik ben gelukkig”. Ik heb het nodig om regelmatig een ‘alleen-met-mezelf’ moment te hebben. Heb iets achtergelaten in Noordwijk, Drenthe en op de hei, bij mij om de hoek.

Ik weet inmiddels dat ik dan thuis kom bij mezelf. Dat heeft blijkbaar minder met de plek te maken, maar kennelijk heb ik daar ook iets achter gelaten waar ik dan weer contact mee maak. Het gevoel van hoofd naar hart zakken. Dan kom ik bij de stilte in mezelf.

Als Sander in gedachten contact maakt met deze plek, maakt hij ook verbinding met zijn hart en stroomt vervolgens het spreken als vanzelf.

En dat gun ik hem.